Refona - De Noesten 5-b NL - 9431 TC Westerbork Tel: +31 (0) 593-370035

Respect for Nature

Noordelijke kippenmijt

In het voorjaar van 2008 werd er in Vlaanderen (België) voor het eerst een vogelliefhebber overvallen door de zeer schadelijke parasiet Ornithonyssus sylvarium. De Noordelijke kippenmijt (Ornithonyssus sylviarum) is sterk verwant aan de zwarte luis (Ornithonyssus bursa) en wordt in de gematigde klimaatzones in de wereld aangetroffen op kippen en verschillende soorten vogels. Qua uiterlijk lijkt hij zeer sterk op de gewone bloedmijt (Dermanyssus gallinae), maar in zijn levenswijze zien we een aantal duidelijke verschillen.
Alle genoemde mijten zijn zeer schadelijk voor uw vogels en soms ook andere huisdieren, maar de Dutchy's® van Refona rekenen hen allemaal tot zijn voeding!

Uiterlijk van de Noordelijke kippenmijt
De Noordelijke kippenmijt is ongeveer 0.8 mm groot en is als adult rood tot zwart van kleur.
Het verschil in uiterlijk met de gewone bloedmijt is met het blote oog niet te zien. Alleen mensen met een ruime ervaring op dit gebied kunnen het verschil waarnemen, maar voor een exacte bepaling zal dit toch door middel van het maken van een preparaat onderzocht moeten worden.

Ontwikkeling van de Noordelijke kippenmijt
De ontwikkeling verloopt in 5 stadia; ei, larve, 2 nimf-stadia en adult.
De adult leeft voor het grootste gedeelte op zijn gastheer. In de meeste gevallen zijn ze te vinden rond de cloaca van de vogel, op de stuit en onder de vleugels. Soms kan de aantasting zo erg zijn dat de huid geheel kapot gaat waardoor er zeer snel infecties kunnen optreden.
De eieren worden afgezet op de gastheer of in het nest van de gastheer. De larven die uit de eieren komen zullen we over het algemeen alleen in of nabij het nest aantreffen, maar niet vaak op de vogels zelf.
In deze fase hebben de larven ook nog geen bloed nodig voor hun ontwikkeling, dus is het contact met de gastheer nog niet zo belangrijk. In het daaropvolgende eerste nimf stadium is er wel bloed nodig. Nadat de nimf een keer bloed heeft kunnen afnemen kan hij zijn ontwikkeling vervolmaken en zal hij in of nabij het nest verder uitgroeien tot een volwassen mijt. Deze adult zal wederom de gastheer betreden en er dan alleen nog maar vanaf komen om eieren af te zetten.

 

Bloedmijt

Noordelijke kippenmijt

Zwarte luis

Gewone bloedmijt
(Dermanyssus gallinae)

Noordelijke kippenmijt
(Ornithonyssus sylviarum)

Zwarte luis
(Ornithonyssus bursa)

 

 

Levenswijze van de Noordelijke kippenmijt
De tot dusver bekende bloedmijt (Dermanyssus gallinae) en zwarte luis waren goed van elkaar te onderscheiden door het verschil in levenswijze. De bloedmijt wordt overdag vrijwel niet waargenomen omdat hij zich schuil houdt op allerlei verborgen plaatsen. De zwarte luis daarentegen krioelt met name overdag rond de nesten en voerbakjes en komt daardoor ook zeer snel op ons lichaam terecht. Dit nemen we waar door jeuk zodra we een besmet dierenverblijf binnen gaan.
De Noordelijke kippenmijt leeft vrijwel op dezelfde wijze als de gewone bloedmijt. Hij bevindt zich vooral in en rond de nesten en laat zich overdag vrijwel niet zien. Alleen wanneer de vogels gecontroleerd worden op de aanwezigheid van mijten kan men ze overdag op het vogellichaam waarnemen. Het is dus veel minder eenvoudig om ze van een populatie gewone bloedmijten te onderscheiden, temeer omdat beide soorten vaak door elkaar heen leven. De ontwikkelingssnelheid van de Noordelijke kippenmijt is echter wel veel groter waardoor er veel sneller een populatie ontstaat die voor grote schade kan zorgen.
Nadat de broedperiode is afgelopen kunnen grote hoeveelheden mijten wegkruipen en op een verborgen plaats vele maanden zonder voedsel overleven. Ze wachten dan op het nieuwe broedseizoen. Ze zullen opnieuw de nesten betreden om de vogels aan te tasten. Er is bekend dat ze wel 7 maanden lang zonder voedsel kunnen. De sterfte door voedselgebrek is in zo'n kolonie zeer laag. Ze gebruiken nauwelijks energie omdat ze heel stil bij elkaar blijven zitten. Vaak zitten ze verscholen in de spouwmuur, tussen plafonds of onder vloeren. Zo'n schuilplaats kan meters verwijderd zijn van de vogelverblijven waar ze vandaan zijn gekomen. Net als de andere twee soorten nemen ze stoffen in de lucht waar die door de vogels worden afgegeven, waardoor ze hun gastheren weer feilloos zullen weten terug te vinden.

Het overbrengen van ziekten
Noordelijke kippenmijten kunnen uiteenlopende ziekten overbrengen, omdat ze de gastheren bloed afnemen door middel van een "stilet" die door de huid in de bloedbaan wordt gebracht. Ook wanneer de mens wordt geprikt kan dit zeer vervelende allergische reacties veroorzaken, zoals eczeem of andere vormen van huiduitslag. Doordat ze langere tijd op de gastheer verblijven raakt deze geïrriteerd en de vogel gaat zich overmatig pikken. Mede hierdoor wordt de toch al verzwakte huid beschadigd en zullen er infecties optreden. De sterfte onder de vogels is dan ook groot en kan in korte tijd flinke vormen aannemen.

Controle op aanwezigheid van Noordelijke kippenmijt
Net als bij de andere mijtsoorten is het belangrijk om een aantasting op tijd te ontdekken. Het gebruik van een controlebuisje, zoals dat bij de bloedmijt is beschreven, kan hierbij een handig hulpmiddel zijn. Toch is het bij deze mijt extra van belang om ook de nesten en de vogels met grote regelmaat te controleren, met name tijdens het broedseizoen.
Wanneer er bloedmijten in de nesten worden waargenomen, kunnen we helaas dus niet snel zien met welke soort we precies te maken hebben. Dutchy's® zullen alle genoemde mijten goed kunnen bestrijden, maar omdat de ontwikkelingssnelheid van Noordelijke kippenmijt veel groter is, kan het noodzakelijk zijn de Dutchy's® frequenter en met grotere aantallen uit te zetten. We kunnen in die gevallen het beste de uitzetstrategie van de zwarte luis hanteren, zoals deze is beschreven in de specifieke gebruikshandleiding voor zwarte luis.
Wanneer de volwassen vogels zijn aangetast kunnen we deze buiten het vogelverblijf behandelen met een chemisch middel wat voor dit doel bestemd is. Naast deze methode is het gebruik van roofmijten sterk aan te bevelen, omdat alleen zij in alle kiertjes kunnen komen waar de parasieten zich kunnen verstoppen.